| |
Byron
Katie
Byron Katie was 43
jaar toen ze in 1986 zwaar depressief in een herstellingsoord belandde,
na een periode vol ziekte en narigheid. Ze veel te zwaar, voelde zich
belabberd en had geen zin meer in het leven.
In dat herstellingsoord werd Katie op een ochtend plotseling wakker, op
de grond naast haar bed (ze voelde zich niet waardig genoeg om nog op
een bed te liggen), en ze voelde zich van het ene op het andere moment
een totaal ander mens. Alle depressiviteit, maar ook alle opvattingen
uit het verleden had ze van zich afgeschud. Ze herkende haar omgeving
niet meer, leek aanvankelijk geheel in haar eigen wereld te leven.
Zelf zegt ze er nu van: ‘It was a gift. Een geschenk.
Ik wist op dat moment de waarheid. Ik kon alles loslaten dat me daarvoor
bezig had gehouden: mijn depressiviteit, het ellendige gevoel dat ik al
geruime tijd had, omdat ik plotseling inzag dat niets waar hoefde te zijn
zoals ik het tot dan toe had aangenomen, dat het alleen maar mijn gedachten
waren. Alles was juist tegenovergesteld. De oorlog in mijn hoofd was voorbij”.
Katie voelde zich in één klap genezen, maar haar omgeving,
haar man en kinderen, waren er van overtuigd dat ze nu echt gek geworden
was. “Tja, mijn man herkende me niet meer en mijn kinderen vroegen
regelmatig waar hun moeder was gebleven. Maar na verloop van tijd begonnen
ze in te zien dat er een enorme verandering was opgetreden, dat ik een
nieuwe identiteit had aangenomen. Mijn problemen waren echt opgelost. |
|
|
Het
is niet jouw taak mij aardig te vinden, dat is de mijne.
Byron
Katie |
|